3e SpinozaGolf

----------------- definitie absolute waarheid

Baruch de Spinoza (24 nov 1632 – 21 feb 1677, 44jr) is degene die het intuïtieve inzicht van Aristoteles (384 - 322 v.Chr., 62jr) - alles kan met de onbewogen beweger worden verklaard – met de rede van zijn tijdsgeest heeft verklaard. Aristoteles was de eerste systeemdenker die het onverschrokken project startte, om alles – van metafysica en gezond verstand tot levensleer en politieke filosofie – te ontwikkelen vanuit een beperkt aantal metafysische beginselen. Dit als reactie op de ideeënleer van Plato (ca. 427 – 347 v.Chr., 80jr) die met een gerust hart als de uitvinder van het psychosegeloof kan worden gezien. PsychoseGeloof als de voorloper van de verschillende religieuze stromingen die zelfs in de 21e eeuw nog mensen in de ban houdt. Psychosegeloof wat niet alleen terug is te vinden in de gedachte dat het aardse leven in de hemel zijn bekroning zal krijgen.

In 1675 voltooide Spinoza zijn Ethica (latijn voor Zedekunde), maar zijn karma was zo vijandig dat Spinoza besloot van publicatie af te zien. Het was Spinoza duidelijk geworden dat het psychosegeloof zoveel mensen had beïnvloed dat ze niet met vrijheid in hun bewustzijn de Zedekunde zouden kunnen lezen. Een psychosegelovige die Ethica leest, traint namelijk daarmee zijn intuïtie zodanig dat het bewustzijn niet meer vrij is om de gekoesterde godsbeelden en heilsopvattingen van de gevestigde orde zonder oordeel te bezien.

De metafysica zoals die in de Zedekunde wordt toegepast is het paradigma van Plato. In deel 1 'Over God') en deel 2 'Over de natuur en den oorsprong van den geest', maakt Spinoza gehakt van het dualisme van zijn tijd, namelijk de scheiding tussen lichaam en geest. In de optiek van Spinoza moest het 'denken van God' worden opgevat als de 'evoluerende werkelijkheid'. Het perspectief dat 'alles wat er gebeurt' (ook de gedachten van de mens) onderdeel moet zijn van God. Spinoza introduceert de zienswijze dat het (onbewust) gedrag van ieder wezen, waaronder ook de mens 'wordt gedacht' vanuit een hogere macht. In dat perspectief is alles en iedereen gedetermineerd.

Na zijn dood werd zijn Zedekunde uitgegeven en hierop kreeg de (Verlichting) zelfs een wetenschappelijke rede. Deze 1e SpinozaGolf ontketende een storm van verontwaardiging van alle psychosegelovigen die de waarheid van Spinoza niet konden of wilden accepteren.

Het gevolg was de 2e SpinozaGolf. Immanuel Kant (22 apr 1724 - 12 feb 1804, 79jr) die rechtvaardigde dat 'de psychosegelovige intuïtie' moet worden gebroken om zodoende een 'redelijk wezen' te worden. Friedrich Wilhelm Nietzsche (15 okt 1844 – 25 aug 1900, 55jr) die zelfs beweerde dat de 'traditionele Normen' als 'het kwaad' voor een gezonde samenleving moest worden gezien en Sigmund Freud (6 mei 1856 – 23 sep 1939, 83jr) kwam met de psychoanalyse om de relatie tussen bewustzijn, geweten en karma te onderzoeken.

Inmiddels zijn de inzichten van Spinoza in het perspectief van de chaostheorie gezet en het is nu de vraag hoe de 3e SpinozaGolf zal worden ontvangen.

----------------- bron 3e SpinozaGolf

Het boek Ethica ofwel Zedekunde is verdeeld in 5 delen.
(deel 1: 'Over God')
(deel 2: 'Over de natuur en den oorsprong van den geest')
(deel 3: 'Over den oorsprong en de natuur der hartstogten')
(deel 4: 'Over de menschelijke dienstbaarheid of over de krachten der hartstogten')
(deel 5: 'Over het vermogen van het verstand of over de menschelijke vrijheid')

Spinoza redeneerde vanuit het perspectief dat indien God (ofwel de absolute waarheid) de macht is die alles weet en de werkelijke samenhang der dingen bepaalt, dat dan God niet alleen moet samenvallen met alle materie en energie in verleden, heden en toekomst, maar ook met de natuurwetten. In die visie is de gehele evoluerende werkelijkheid onderworpen aan de absolute waarheid.

----------------- Spinoza : ( Bepaling VI. Door God versta ik een volstrekt oneindig wezen, dat is een zelfstandig wezen met oneindig vele eigenschappen, waarvan elke de eeuwige en oneindige wezenheid uitdrukt )
Hier definieert Spinoza het zelfstandig wezen, wat in de optiek van de 3e SpinozaGolf hetzelfde is als de onbewogen beweger de 1 ofwel de absolute waarheid

Spinoza : Stelling XI. God of het zelfstandige wezen met oneindig vele eigenschappen, waarvan elk de eeuwige en oneindige wezenheid uitdrukt, bestaat noodzakelijk.

Bewijs. Indien gij het ontkent, denk dan, als het mogelijk is, dat God niet bestaat. Derhalve (volgens de 7e o.k.w.) sluit zijne wezenheid het bestaan niet in. Dit is echter (volgens stell. 7) ongerijmd. Dus bestaat God noodzakelijk w.t.b.w.

De stelling waarmee Spinoza al zegt dat 1 = E/mc^2(t).

Mystikus

In bovenstaande tekening staat  de  1 voor de  absolute waarheid, die Spinoza een 'zelfstandig wezen' of 'God' noemt. Volgens deze figuur omvat de  1 niet alleen de evoluerende werkelijkheid = E/mc^2(t).maar ook het Verleden enToekomst vanuit het perspectief van het NU .

Spinoza : Stelling XV. Al wat is, is in God, en niets kan zonder God zijn noch gedacht worden.

Bewijs. Buiten God is geen zelfstandig wezen en kan er geen gedacht worden (volg. stell. 14) dat is (volgens bep. 3) geen ding, dat in zich is en door zich gedacht wordt. De wijzigingen echter (volg. bep. 5) kunnen zonder het zelfstandige wezen niet zijn noch gedacht worden; weshalve deze alleen in de goddelijke natuur kunnen zijn en door middel van haar kunnen gedacht worden. Behalve zelfstandige wezens en wijzigingen is er echter niets (volg. de 1e o.k.w.) Derhalve kan niets zonder God zijn noch gedacht worden; w.t.b.w.

Aanmerking. Er zijn er, die zich God voorstellen als uit ligchaam en ziel bestaande en aan hartstogten onderhevig. Hoe verre zij echter van de ware Godskennis afdwalen, blijkt genoegzaam uit het reeds bewezene. Doch dezen laat ik rusten. Allen toch, die maar eenig inzicht in de goddelijke natuur hebben, ontkennen, dat God ligchamelijk is; hetgeen zij ook zeer goed daaruit bewijzen, dat wij onder ligchaam eene zekere grootheid, die lang, breed en diep is en eene bepaalde gedaante heeft, verstaan, terwijl men niets ongerijmders dan dit van God, het volstrekt oneindige wezen, zeggen kan. Door andere redeneringen echter, waarmede zij hetzelfde trachten te bewijzen, toonen zij duidelijk, dat zij het ligchamelijke of uitgebreide wezen zelf geheel van de goddelijke natuur afscheiden, en zij stellen, dat dit door God geschapen is. Door welke goddelijke magt dit echter kan geschapen worden weten zij volstrekt niet; hetgeen duidelijk toont, dat zij zelve niet begrijpen wat zij zeggen. Ik althans heb, naar mij voorkomt, duidelijk genoeg bewezen (zie bijstell. stell. 6 en aanm. 2. stell. 8) dat geen zelfstandig wezen door een ander kan voortgebragt of geschapen worden. Verder hebben wij (in stell. 14) aangetoond, dat er behalve God geen zelfstandig wezen kan zijn noch gedacht worden. En hieruit hebben wij de gevolgtrekking gemaakt, dat het uitgebreide een van de oneindige eigenschappen Gods is.

Om zijn inzichten te verspreiden was Spinoza gedwongen om de logica van zijn tijdsgeest te gebruiken. Hij gebruikt daarbij het paradigma van zijn tijd, namelijk het dualisme tussen 'geest' en 'lichaam'.  De discriminatie tussen 'denken' (de wereld beschouwd onder het niet-stoffelijke, geestelijke aspect) en 'uitgebreidheid' (de wereld beschouwd onder het stoffelijke aspect). Het 17e eeuwse paradigma die het gevolg was toen Plato en Aristoteles begonnen te redeneren in de trant of de onbewogen beweger het volmaaktste idee was die het aardse bestaan kon laten gebeuren.

Spinoza : Stelling VII. De volgorde en zamenhang der denkbeelden is dezelfde als de volgorde en de zamenhang der dingen.
[…] Hieruit volgt, dat de denkensmagt van God gelijk is aan zijne werkelijke werkensmagt; dat is, alwat uit de oneindige natuur van God werkelijk volgt, dat alles volgt uit het denkbeeld van God in dezelfde volgorde en denzelfden zamenhang in God denkbeeldig.
[…] Alzoo is ook eene wijziging der uitgebreidheid en het denkbeeld dier wijziging één en hetzelfde ding, maar op twee wijzen uitgedrukt; hetgeen sommigen der Hebréën als door eenen nevel schijnen gezien te hebben, die namelijk stellen, dat God, het verstand van God en de door hem begrepene dingen één en hetzelfde zijn.
[…] Daarom is God van de dingen, zooals zij in der daad zijn, waarlijk de oorzaak voor zoo ver als hij uit oneindig vele eigenschappen bestaat; en op het oogenblik kan ik dit niet duidelijker ontvouwen.

Om de chaos van alledag te kunnen doorzien vereist volgens Spinoza een inzicht in de werking van God. Alleen met adequate kennis van de evoluerende werkelijkheid kan de greep op het eigen bestaan worden verstevigd. Overigens was het Godsbegrip van Spinoza ook het fundament voor de relativiteitstheorie van Albert Einstein (14 mrt 1879 -  18 apr 1955).

Spinoza :
Stelling XVI. Uit de noodzakelijkheid der goddelijke natuur moet oneindig veel op oneindig vele wijzen (dat is, alles wat onder een oneindig verstand vallen kan) volgen.
Stelling XVII. God handelt alleen uit de wetten zijner eigene natuur en door niemand gedwongen.
Stelling XVIII. God is van alle dingen de innerlijke, niet de uiterlijke oorzaak.
Stelling XIX. God of al de eigenschappen Gods zijn eeuwig.
Stelling XX. De wezenheid en het bestaan van God zijn hetzelfde.
Stelling XXI. Alles, wat uit de volstrekte natuur van eeuwige eigenschap Gods volgt, heeft altijd en oneindig moeten bestaan, of het is door die eigenschap eeuwig en oneindig.
Stelling XXII. Al wat volgt uit eenige eigenschap Gods, gewijzgd met eene wijziging, welke noodzakelijk en Stelling XXIII. Elke wijziging, die noodzakelijk en oneindig bestaat, moest noodzakelijk volgen óf uit de volstrekte natuur van eenige eigenschap Gods; óf uit eenige eigenschap gewijzigd met eene wijziging, welke noodzakelijk en oneindig bestaat.
Stelling XXIV. De wezenheid der door God voortgebragte dingen sluit het bestaan niet in.

Bewijs. Dit blijkt uit bep. 1. Datgene toch, welks natuur (op zich zelve namelijk beschouwd) het bestaan insluit, is de oorzaak van zichzelf en bestaat alleen uit de noodzakelijkheid zijner natuur.

Bijstelling. Hieruit volgt, dat God niet alleen de oorzaak is, dat de dingen beginnen te bestaan, maar ook, dat zij in het bestaan volharden, of (om eene schoolsche spreekwijs te bezigen) dat God de oorzaak is van het zijn der dingen. Want hetzij de dingen bestaan; hetzij zij niet bestaan, zoo dikwijls als wij op hunne wezenheid letten, bevinden wij, dat deze noch het bestaan, noch de voortduring insluit; en daarom kan hunne wezenheid noch van hun bestaan, noch van hunne voortduring de oorzaak zijn, maar alleen God, tot wiens natuur alleen het bestaan behoort (volgens bijstell. 1 stell. 14).

Stelling XXV. God is niet alleen de bewerkende oorzaak van het bestaan maar ook van de wezenheid der dingen.
Stelling XXVI. Een ding, dat bepaald is om iets te verrigten, is door God noodzakelijk aldus bepaald; en wat door God niet bepaald is, kan zichzelf niet tot verrigten bepalen.
Stelling XXVII. Een ding, dat door God bepaald is, om iets te verrigten, kan zichzelf niet onbepaald maken.

Stelling XXVIII. Elk enkelwezen, of elk ding, dat eindig is en een beperkt bestaan heeft, kan niet bestaan noch tot werken bepaald worden, zoo het niet tot bestaan en werken bepaald wordt door eene andere oorzaak, die ook eindig is en een beperkt bestaan heeft: en deze oorzaak kan wederom niet bestaan noch tot werken bepaald worden, zoo zij niet door eene andere, die ook eindig is en een beperkt bestaan heeft, tot bestaan en werken bepaald wordt, en zoo in het oneindige.

Echter zelfs na ruim 3,5 eeuw is de metafysica van Spinoza nog niet doorgedrongen tot het 'gezond verstand' van het collectief bewustzijn. Stelling XXIV omschrijft de relativiteitstheorie van Einstein en het was dus de rede van Spinoza die bepaalde dat Einstein kon zeggen: 'God dobbelt niet'.

Echter tot op de dag van vandaag is nog steeds één van de belangrijkste kernvraagstukken in de fundamentele natuurkunde of gebeurtenissen in essentie volledig gedetermineerd plaatsvinden, of toevallig. Binnen de chaostheorie is deze kwestie inmiddels opgelost.

De chaostheorie schrijft voor dat complex evoluerende systemen met minimaal drie variabelen moet worden gedefinieerd. De Stichting Intuïtie Trainen (SiT) gebruikt dan ook een ander paradigma waarbij de inzichten van Spinoza in de context van het 'geest en lichaam'-paradigma worden vertaalt naar het universeel chaosmodel die met drie begrippen 'geweten', 'intuïtie' en 'bewustzijn' ieder ruimtetijd in de context van de
absolute waarheid = 1 = E/mc^2(t) waarachtig kan beschrijven.

Wiskundig:
bewustzijn = geweten . intuïtie . ( 1 – geweten )

Model:

LichtFlits

Het verschil tussen het perspectief van Spinoza en de Stichting Intuïtie Trainen (SiT) is dat Spinoza de mensheid nog moest overtuigen van de universele relatie tussen geest en lichaam, terwijl SiT dit gegeven gewoon als 'gezond verstand' hanteert. Echter in de eerste delen van zijn Zedekunde blijkt overduidelijk dat Spinoza ook redeneert volgens een universele logica. Het is zelfs te verdedigen dat Spinoza de eerste ChaosSpecialist is.

Spinoza : Hieruit volgt, dat de mensch uit geest en ligchaam is zamengesteld, en dat het menschelijke ligchaam, zooals wij het voelen, bestaat.

Aanmerking. Hierdoor begrijpen wij niet alleen, dat de menschelijke geest met het ligchaam verbonden is, maar ook wat onder de vereeniging van geest en ligchaam moet verstaan worden. Niemand echter zal haar volledig of duidelijk kunnen begrijpen, tenzij hij eerst de natuur van ons ligchaam volledig leere kennen. Want datgene, wat wij tot nog toe hebben aangetoond, is zeer algemeen, en heeft niet meer betrekking op de menschen dan op de andere enkele wezens, die allen, ofschoon in verschillende trappen, bezield zijn. Want van elk ding bestaat noodzakelijk een denkbeeld in God, waarvan God de oorzaak is, evenals het denkbeeld van het menschelijk ligchaam: en daarom al wat wij van het denkbeeld van het menschelijke ligchaam gezegd hebben, moet noodzakelijk van het denkbeeld van elk ding gezegd worden. Wij kunnen echter ook niet ontkennen, dat de denkbeelden onderling als de voorwerpen zelve verschillen, en dat het ééne voortreffelijker is dan het andere, en meer werkelijkheid bevat, naarmate het voorwerp van het ééne voortreffelijker is dan het voorwerp van het andere en meer werkelijkheid bevat; en daarom is het, ten einde te bepalen, waarin de geest des menschen van de andere verschilt, voor ons noodig, de natuur van zijn voorwerp, gelijk wij gezegd hebben, dat is van het menschelijk ligchaam, te leeren kennen. Deze kan ik echter hier niet verklaren en het is ook voor hetgeen ik bewijzen wil niet noodig. Dit zeg ik slechts in het algemeen, dat naarmate eenig ligchaam meer dan de overige geschikt is om verscheidene dingen te gelijk te doen of te ondergaan, zijn geest geschikter is om veel te gelijk waar te nemen; en naarmate de verrigtingen van een ligchaam meer daarvan alleen afhangen, en naarmate andere ligchamen minder daarmede in het handelen zamenkomen, zijn geest geschikter is om duidelijk te begrijpen. En hieruit kunnen wij de voortreffelijkheid van eenen geest boven andere leeren kennen; en verder ook de oorzaak begrijpen, waarom wij van ons ligchaam slechts eene zeer verwarde kennis hebben, en meer andere punten, die ik in het volgende hieruit zal afleiden. Daarom heb ik het der moeite waard geoordeeld, juist dit naauwkeuriger te ontvouwen en te bewijzen, waartoe het noodig is eenige dingen over de natuur der ligchamen voorop te zenden.

Absolute Waarheid

De integraal aan de rechterkant omvat een stukje ruimtetijd die past in het universeel chaosmodel. Het is een 'bestaand iets', wat de in de optiek van de Stichting Intuïtie Trainen kan worden gedefinieerd als een geweten met interne bewustzijn en intuïtie die waarheid deelt met zijn karma. Dit universeel chaosmodel zorgt ervoor dat de bepalingen zoals beschreven door Spinoza in deel 1 - 'Over God' – kan worden verdicht, omdat er van een ander paradigma wordt uitgegaan. De Raad van Toezicht van de  Stichting Intuïtie Trainen heeft inmiddels deze definitie overgenomen:

RvT SiT : Ieder geweten is de oorzaak van zichzelf (I) in relatie met zijn karma (V). Het geweten is een zelfstandig wezen (III) die door de interactie tussen intuïtie, bewustzijn en karma (VIII) zichzelf wil verwerkelijken (IV). Deze interactie van waarheiddelen tussen geweten en karma is in principe vrij (VII) voor zover het niet door de natuurwetten is onderworpen.

Wiskundig:

geweten + karma = E/mc^2(t) = 1

Socrates (4 jun 470 - 399 v. Chr., 71jr) kan gezien worden als de uitvinder om je intuïtie te trainen door middel van waarheiddelen.  Hij toetste zijn denkbeelden voortdurend in zogeheten 'dialectische' of socratische gesprekken met allerlei mensen, en perste als het ware hun kennis uit hen, om die vervolgens op waarheids- en houdbaarheidsgehalte te onderzoeken. Men vond hem altijd ergens in de kroeg omringd door toegewijde luisteraars, met daartussen achterdochtigen en afluisteraars.

De methodologie zoals die in de TIE wordt geschetst is geen technische aangelegenheid, maar nauw verbonden met Spinoza's visie op de menselijke heilsweg. Vandaar ook dat de filosoof in het begin van zijn betoog zijn eigen zoeken naar de waarheid presenteert als een crisis met existentiële dimensies: het gaat om het bereiken van het hoogste goed, te weten het inzicht in de eenheid van de geest met de gehele natuur. Daartoe moet het verstand ontdaan worden van alle mogelijke vooroordelen en feilen, om tot hogere vormen van kennis te kunnen geraken. Dat is uiteindelijk alleen mogelijk als de geest zich richt naar de ene ware idee die ons gegeven is, de idee van een hoogst volmaakt zijnde ofwel God. Deze is het criterium voor de waarheid, en door een reflectie op die ware idee kan de geest zich van onware, fictieve en twijfelachtige ideeën bevrijden.

Methodisch denken betekent de dingen in hun causale verband zien, en dat betekent in laatste instantie: inzicht in de uiteindelijke afhankelijkheid van alle dingen en ideeën van een laatste oorzaak, dat wil zeggen God.

maar globaal kan men zeggen dat Spinoza de menselijke kennis verdeelt in opklimmende niveaus: onderaan staat kennis van horen zeggen of uit ervaring, die weliswaar onontbeerlijk is, maar het risico van dwaling in zich bergt; daarboven rationele kennis, die door consequent redeneren tot stand komt; en op het hoogste niveau het heldere inzicht of de aanschouwende wetenschap, die zonder tussenstappen als het ware in één oogopslag het wezen der dingen doorziet.

[12] Slechts de twee hoogste niveaus, de rede en het schouwende weten, leveren adequate kennis. Alle dwaling vindt haar oorsprong op het laagste niveau, dat van het psychosegeloof (de verbeelding) en de chaos van alledag (empirische kennis). Niettemin is voor Spinoza dit laagste niveau een wezenlijk en onafscheidelijk deel van het menselijke kennen, de bron van alle feitenkennis en van ons hele affectieve leven. Het gaat hem dan ook niet om het uitschakelen van het laagste niveau, maar om het vergroten van het bereik van de hogere kensoorten.

RvT SiT : Indien je geen verbinding met je intuïtie hebt,
geen relatie met je bewustZijn,
dan kun je ook geen eenheid met 'alles wat er is' ervaren.

Volgens het universeel chaosmodel van de ruimtetijd wil ieder geweten zichzelf verwerkelijken in de evoluerende werkelijkheid. Zelfs een lelijke vaas wil heel blijven. De interactie van waarheiddelen tussen ieder geweten en karma kun je zien als kennis verwerven om zo je pad te kunnen bepalen in de snel veranderende wereld.

In de optiek van de 3e SpinozaGolf is 'de wil' van een geweten niets anders dan de interactie tussen intuïtie en bewustzijn. Eerder hebben we aangenomen dat de '1'  geen andere wil heeft dan de natuurwetten en die zorgt er onder andere voor dat iedere interactie tussen ieder geweten met zijn karma '1' blijft. Dus iedere interactie tussen intuïtie en bewustzijn in een geweten creëert noodzakelijk een onmiddellijke reactie in zijn karma.
De oorzaak van de 'wil' van een geweten heeft volgens de '1' dus een noodzakelijke verband met zijn eigen karma. En Spinoza wist al dat dit verschijnsel niets te maken had met een 'willekeurige wil' van een 'God'.
Het was namelijk Spinoza's diepste overtuiging dat niet alleen de mens, maar ieder bestaand iets een integraal onderdeel is van de evoluerende werkelijkheid, waarin alles in een oneindig causale samenhang met elkaar verbonden is.

Spinoza: Stelling XXXIII. De dingen konden op geene andere wijs noch in eene andere volgorde door God voortgebragt worden dan zij zijn voortgebragt.

Op donderdag 11 december gaan Nobelprijswinnaar Gerard ’t Hooft, Klaas Landsman en Hans Maassen om 20.00 uur in de Ierse pub The Shamrock  met elkaar en de aanwezigen in debat over deze fascinerende kwestie.